Ik ben nog lang niet uitgezongen
Mabel González is geboren
en getogen in Uruguay. In 1964 studeerde ze af aan de toneelschool Teatro
del Pueblo in Montevideo. Als actrice heeft ze in tientallen theaterproducties
gespeeld, in Uruguay maar ook in veel Europese landen. Later is Mabel zangopleidingen
gaan volgen. Haar repertoire bestond voornamelijk uit Zuid-Amerikaanse liederen,
maar in 1987 beperkte ze zich tot haar grote liefde: tango uit Río
de la Plata. Nadat de beroemde Argentijnse dichter Horacio Ferrer haar in
De Doelen in Rotterdam hoorde zingen, schreef hij een gedicht voor haar:
Voor Mabel
op haar gezicht het verdriet van Gardel
als Malena,
zwarte roos van de nacht
onverwacht, haar kracht
treurig een traan
onder de vierkante Hollandse maan.
Inmiddels woont Mabel
González al meer dan dertig jaar in Nederland. Met het programma Twintig
jaar later... viert Mabel
op 30 november 2007 haar jubileum.
Wanneer ik vroeg in de middag
aankom bij haar huis in Dordrecht, biedt ze me meteen een grappa aan.
Die sla ik nog even af, maar haar zelfgemaakte citroentaart ziet er onweerstaanbaar
uit. Na de laatste kruimels begin ik met de vraag waar ik erg nieuwsgierig
naar ben: Waarom ben je naar Nederland gekomen, en waarom naar Dordrecht?
Het antwoord is eenvoudig: Toen in Uruguay politieke problemen kwamen,
zijn wij naar Nederland vertrokken. Net als in Argentinië heeft
buurland Uruguay roerige tijden gekend. Mabel en haar inmiddels ex-man Juan
Tajes hadden een vriend in Dordrecht die hen, met behulp van de culturele
raad in Dordrecht, uitnodigden naar Nederland te komen om een toneelgroep
te starten. En zo zijn wij in Dordrecht gekomen. Ik ben nooit meer weggegaan.
Mabel voelt zich thuis in Nederland, haar dochters en kleinkinderen wonen
hier, maar later in het gesprek zegt ze dat ze best een deel van het jaar
in Uruguay zou willen wonen. De helft van haar familie woont hier en de andere
helft daar. Dat is de tragedie van de immigrant, je hebt twee kanten.
Je hebt eigenlijk geen land, maar je hebt wel twee culturen.
Het vertrek naar Nederland bleef niet zonder gevolgen, in 1973 kreeg de republiek
Uruguay een dictatuur bestuur, wat Mabel en haar man elf jaar stateloos maakte.
De regering wilde ons paspoort niet verlengen omdat wij politiek theater
speelden, gericht tegen de dictatuur. Dankzij subsidie van Nederland kwamen
we toch overal in Europa: Zweden, Frankrijk, Parijs, Zwitserland, Londen.
Pas toen na vele jaren de dictatuur ten val kwam, was het mogelijk om in Uruguay
haar paspoort te verlengen, en met een geldig paspoort kon Mabel de Nederlandse
nationaliteit krijgen.
Ik wil het gesprek brengen op
haar allereerste herinnering aan de Argentijnse tango maar ze verheft theatraal
haar stem om uit te weiden over de tango uit de Río de la Plata. Maar
natuurlijk, de tango komt ook uit haar geboorteland, Uruguay. Mabel: Toen
ik 11 jaar was luisterde ik altijd met mijn broers naar de radio. Er was dan
een uur Carlos Gardel. De eerste tango die ik leerde, was Melodia de arrabal,
melodie uit de achterbuurt. Maar pas in Nederland begon ik meer van de tango
te houden. Dat kwam door de heimwee die ik kreeg naar Uruguay. Want de tango
is míjn cultuur, ik groeide met de muziek op.
Had het ook te maken met ouder worden, dat je de tango mooier begon
te vinden?
Nee, het heeft er mee te maken dat je in het buitenland bent. Dan word
je er extra gevoelig voor.
En op een dag ging je verder als zangeres in de Argentijnse tango?
Niet de Argentijnse tango! Tango de Río de la Plata, Mirella!
Anders word ik hartstikke boos.
Sorry, sorry, tango Río de la Plata.
Ze lacht naar me. Ik zal je vertellen hoe het is gegaan. In 1987 was
er een festival in Paradiso dat werd georganiseerd door Lalo Diaz en Mirta
Campos. Zij vroegen mij: Mabel, waarom zing je niet een paar tangos?
Maar die had ik nog nooit gezongen, ik zong altijd Zuid-Amerikaanse liederen.
Lalo en Mirta zeiden dat mijn stem er juist goed voor was. Ze nodigden mij
toen uit en ik heb vijf tangos geleerd. Vanaf dat moment ben ik doorgegaan
met de tango.
Mabel heeft op een blauwe maandag ook nog andere folkmuziek gezongen, maar
haar hart lag bij de tango. Dat is wat ik vóel, dat is mijn achtergrond,
mijn verleden, daar identificeer ik mij mee: de tángo.
Van de Río de la Plata...
Si signorina.
Mabel zingt onder andere teksten
van de Argentijnse dichter Horacio Ferrer en ik vraag haar of ze ooit heeft
overwogen om Nederlandse gedichten te zingen op tangomuziek. Ze aarzelt met
het antwoord, maar besluit dan: Kijk eens, liefde is overal hetzelfde,
pijn is overal dezelfde, verraad, verdriet, alles wat aan gevoelens in een
mens is. Maar de mánier van voelen, van naar de wereld kijken, dát
is typisch tango. Meestal is de toon sarcastisch, of ironisch. Ik weet niet
of dat ook met Nederlandse gedichten kan. Dat ervaar ik in ieder geval niet
zo.
Ze is ook van mening dat het door de combinatie van Spaans en Lunfardo moeilijk
is tangoteksten te vertalen in het Nederlands. Want het is niet alleen
de vertaling van een woord, maar ook een vertaling van een gevoel, hoe je
leeft, je verleden en ook de cultuur.
Ik vul haar aan met etnische verschillen in de Zuid-Amerikaanse en Nederlandse
cultuur en informeer naar de hartstochtelijke mannen en vrouwen
die op cd Contame una historia aan bod komen. Wat moet ik me bij hen
voorstellen? Mabel vertelt dat het te maken heeft met het zuidelijke temperament.
Wij hebben altijd een grote mond, vooral in de Río de la Plata.
We zijn direct, maar we zijn niet open. Volgens een Nederlandse vriend
van Mabel lopen er drie miljoen geheimpjes op straat. Pudor (zedigheid)
staat hoog aangeschreven. En de persoonlijke expressie is in Uruguay anders.
De mensen laten zich makkelijk gaan. Het leven is zo kort, je krijgt
ontzettend veel klappen in je leven, maar er zijn ook leuke dingen. Ik denk
dat je daarom intens moet leven.
We komen op het vertolken van
tangoliederen. Wat maakt iemand tot een goede tangozanger(es)?
Ik denk dat je je in ieder liedje moet kunnen inleven. Je moet je zo
intens kunnen géven dat het publiek ook kan begrijpen wat je zingt.
Dat het publiek vóelt wat de ander vertelt. Want eigenlijk ben je vertolker
van de grote dichters van de tango. En dat is het mooiste natuurlijk. Maar
je zal je bij andere genres ook in de tekst moet inleven. Pathos is afhankelijk
van de vertolker. Ze vraagt zich en passant af of vrouwen van vroeger
natuurlijk zongen of les hebben gehad. Volgens mij waren het natuurlijke
talenten. Nu leer je beter je stem te gebruiken en kun je les nemen, stemoefeningen
doen.
Als vertolkster van tangoliederen is er een reeks voorgangsters die haar inspireren
maar naar welke zangers luistert zij het liefst?
Carlos Gardel. Hij bracht op zon goede wijze gevoel in een lied.
Ik word helemaal emotioneel als ik zijn oude muziek hoor. Hij had ook een
goede techniek. Gardel is mijn lieveling. Een Uruguayaanse schrijver zei eens:
Carlos Gardel geeft ieder woord een andere kleur. Dat is zó belangrijk.
Maar naar Edmundo Rivero luistert ze ook graag, of Roberto Goyeneche met de
gestileerde dictie.
Ook Uruguay had zangers van formaat. Ze loopt naar de kast om een cd van de
Uruguayaanse zanger Julio Sosa te zoeken. De eenkennige Argentijnen moesten
hem niet. Sosa kwam net als Gardel al jong door een ongeluk om het leven.
Mabel vertelt dat iedereen in Uruguay die carrière wilde maken in de
tango naar Buenos Aires trok. Kijk, Buenos Aires is zo enorm groot,
er zijn daar ook meer tangosalons. In Uruguay zijn ook wel salons, maar die
zijn niet algemeen bekend omdat ze voor het volk zijn. Voor hen vindt de noche
di baile in buurtcentra plaats, met een orquesta típica.
We praten verder over vroegere tijden en ik vraag wat ze van de huidige ontwikkelingen
in de tango vindt. Ik ben meer van de Guardia Vieja. Neotango
zegt mij niet zoveel. Het is een beetje in elkaar gezet, gekunsteld. De oude
tangos vind ik mooier. En in de nieuwe muziek is voor de zangeres ook
geen plaats. De teksten worden een beetje gezegd, een beetje gezongen. Maar
alle nieuwe vormen zijn welkom, toch?
Je hebt een lange carrière,
maar heb je nog speciale wensen, iets dat je wilt bereiken?
Ik wil proberen om volgend jaar met het filharmonisch orkest van Montevideo
te zingen. Niet een heel concert, maar ik zou wel blij zijn met vier, vijf
nummers. Ze was in 2007 al uitgenodigd voor een tournee in Uruguay,
maar haar schatkist was leeg. Maar als mijn stem nog goed
is - ik ben er heel voorzichtig mee, ik rook niet, ik drink... een beetje
- wil ik volgend jaar absoluut een tournee doen in Uruguay. Ook zou
ze graag een cd Twintig jaar later willen opnemen, met nieuwe nummers
en een paar oude nummers. En vooruit, ze zou veel cds willen verkopen
en een Edison krijgen. Ze lacht er schalks bij. Ik maak een grapje.
Ik heb wél een nominatie gekregen en daar ben ik erg blij mee. Ik zou
ook willen dat ik met de tango meer populair word, ik speel met heel goede
musici. Wat de toekomst ook brengt, ze is nog lang niet uitgezongen.
Nu komt op 30 november eerst het jubileumconcert. Daar kan al het goede dat
Mabel te bieden heeft, door iedereen worden beluisterd. De avond belooft een
nostalgisch én uitbundig feestje te worden.
(Dordrecht, oktober 2007)


