‘Ik ben goed terechtgekomen’

Zo zie je haar achterin de zaal aan de knoppen draaien, dan weer beroert ze op hetpodium de pianotoetsen. Katrien Karimoen: een mysterieuze vrouw met lang donker haar en een ernstige oogopslag. Als geluidstechnicus en pianist heeft ze doorde jaren heen menig tangoconcert opgeluisterd. De hoogste tijd om haar eens in de spotlights te zetten.
Katrien Karimoen is pianist en componist van het Quinteto Zárate. Dit orkest is opgericht in 2002 en heeft in binnen- en buitenland een grote naam opgebouwd.
Naast musiceren geeft ze les aan de Wereldmuziekschool in Haarlem en verzorgt ze tangomuziekworkshops in Noord-Fankrijk. Ook is ze werkzaam als geluidstechnicus op grote muziekfestivals.
Muzikaal vormingsklasje
Op een vrijdagavond bel ik bij haar aan. Ik word begroet door een blaffend hondje met een klein hartje. Even snuffelen en ik mag doorlopen naar de sfeervolle huiskamer waar persoonlijke attributen de toon zetten. In een uitbouw staat een oude piano, waarop ze -naar later blijkt- haar eerste noten heeft gespeeld. Katrien: “Hij was van mijn oma. Als wij in Maastricht bij haar op bezoek gingen, vond ik het heerlijk om erop te spelen.” Ze vertelt dat het thuis als vanzelfsprekend werd gevonden dat ze na school naar een Algemeen Muzikaal Vormingsklasje ging. Daar leerde ze noten lezen en zingen. “Vrij snel daarna ging ik op pianoles, op de muziekschool in onze woonplaats Uden. Mijn oma was inmiddels ook naar Uden verhuisd en had de piano meegenomen. Ik ging dan iedere dag bij haar een half uurtje oefenen. Zij vond het natuurlijk heerlijk, dagelijks haar kleindochter over de vloer.” Ik vraag of haar moeder er druk achter zette. Ze antwoordt resoluut: “Nee. Ze zal weleens geroepen hebben: ‘Je moet wél oefenen, want het kost handenvol geld.’ Iets waar je als kind helemaal niet bij stilstaat. Ik vond dat oefenen niet altijd leuk, maar het spelen zelf wél.”
Ze speelde van alles. Pas toen ze ging puberen ontwikkelde ze een eigen voorkeur. Ze was tot dan toe nauwelijks met popmuziek in aanraking gekomen: haar ouders vonden dat maar niks. Toch was er gaandeweg geen houden meer aan, popmuziek sijpelde het huis binnen, zelfs door toedoen van haar eigen moeder, die de Beatles en Jesus Christ Superstar had ontdekt.
Katrien maakte een inhaalslag en werd een liefhebber van symfonische rock.Vooral Queen stond bovenaan haar lijstje. “Ik luisterde eigenlijk heel weinig klassieke muziek; gek hè. Maar ik ben ook niet na de middelbare school meteen naar het conservatorium gegaan. Ik was het soort puber dat dacht dat ze de wereld moest verbeteren, mensen moest helpen. Dus ging ik naar de Sociale Academie.”
Aan pianist worden om den brode dacht ze niet. “Het is weleens ter sprake gekomen, maar dag in dag uit, zeven dagen per week piano studeren: nee. Ik had een andere roeping!”
Ze vertelt dat er in de jaren tachtig nauwelijks werk was, ook niet voor hulpverleners. Tijdens haar studie kreeg ze een vriendje die studeerde aan het conservatorium. Dat bracht haar op het idee ook toelatingsexamen te doen, in Utrecht. Ze werd aangenomen voor de klassieke richting, maar na twee jaar is ze gestopt. “Klassiek pianostuderen is heel eenzaam, je zit altijd in je uppie te studeren. Wat ook meespeelde, is dat ik mezelf niet talentvol en gedreven genoeg achtte om een beroemde solist te worden.”
De tango
Geen klassieke opleiding. Katrien viel een beetje in een zwart gat. Wat nu? Deze vraag komt regelmatig terug in ons gesprek. Toch blijkt steeds op het juiste moment een oplossing te komen. Ze woonde toen in Nijmegen en ging regelmatig naar het plaatselijke politiek culturele centrum O42. Elke zondagavond speelde daar een wereldmuziekbandje. Wat de geluidstechnicus er van bakte, beviel haar doorgaans niet. “Ik zou het geluid anders doen, dacht ik regelmatig.” Ze ging een cursus geluidstechniek in ‘Poppodium Doornroosje’ volgen. Als vrijwilliger belandde ze daarna in O42 om het geluid te verzorgen.
Maar hoezeer het werk haar ook beviel, financieel was het geen vetpot. Katrien maakte zich opnieuw een beetje zorgen over haar toekomst. Ondertussen kreeg ze haar eerste plaat van Astor Piazzolla, ging op tangodansles en kwam de violist Wim Lahey tegen en die wilde een tangobandje beginnen. Hij vroeg of ze mee wilde doen. Er kwamen twee andere bandleden bij, ondermeer Michel Mulder waar Katrien later Quinteto Zárate mee zal vormen. Hij studeerde toen al bandonenon bij Carel Kraayenhof en Leo Vervelde aan de Argentijnse Tango-vakgroep van het Rotterdams Conservatorium.
Wekelijks kwamen ze bij elkaar om te oefenen en stukken uit te schrijven. Ze vertelt dat veel tangomuziek niet op papier geschreven staat. “Behalve dan de thema’s, zoals die door Korn worden uitgegeven. Maar dat is slechts de basis, terwijl al die opnames die je op cd’s hoort, arrangementen daarvan zijn.” Daar waren ze een half jaar mee bezig en op een dag vroeg Michel haar: moet je ook niet naar het conservatorium in Rotterdam? Het was inmiddels 1994, de tango-opleiding aan de Wereldmuziekafdeling van het conservatorium was net een jaar gestart.
Langzaam viel alles op zijn plek. Via Michel kwam ze in contact met Carel en Leo. Ze vervolgt haar verhaal: “De jongens van Cayengue zochten iemand die hun geluid wilden doen, want ze werden altijd zo gefrustreerd door de lokale technici. In die tijd waren dat allemaal van die jongens met lange haren en grote sleutelbossen aan hun broekriem. Die snappen daar echt helemaal niks van”. Na een keer ‘proefdraaien’ was ze binnen en korte tijd later ging ze mee naar Avignon voor een concert. Vele concerten en tournees volgden. Ze vond het geweldig mee op tournee te gaan. “Ik heb in die tijd veel geleerd, ook qua mixen want ik kwam steeds op verschillende plekken met andere apparatuur en andere aqoustiek.En ik moest het toch allemaal zelf zien te redden. Ik heb toen ook veel over tangomuziek geleerd.”
Carel Kraayenhof en Leo Vervelde, de oprichters van de opleiding in Rotterdam, spoorden Katrien ook aan om bij hen te komen studeren. Het was niet moeilijk haar over te halen; dit was het, dit móest ze doen. “Er heerste een prettige pionierstemming op de tangoafdeling van het conservatorium. Helaas stierf artistiek leider Osvaldo Pugliese voor ik aan de opleiding begon, maar zijn opvolger Gustavo Beytelmann was een inspirerend alternatief. Het waren fantastische lessen, ook zijn arrangeerlessen. Gustavo stimuleerde je altijd om zelf te arrangeren, ook om je de materie eigen te maken.“
Het theater in
In 2000 is Katrien afgestudeerd aan het Rotterdamse conservatorium enwederom dacht ze: wat nu? Ondertussen deed ze nog steeds het geluid voor Sexteto Canyengue, ze kreeg een baantje als productiecoördinator in theater Lux in Nijmegen; en weer werd er op het juiste moment bij haar aangeklopt. Violist Micha Molthoff vroeg haar plaats te nemen in het tangokwintet dat hij voor ogen had. Hij had Michel Mulder ook gepolst. Dit is het begin van orkest Zárate, waar ze tot op de dag van vandaag in speelt.
De eerste maanden gingen op aan het transcriberen van tangostukken om een repertoire bij elkaar te sprokkelen. Ze vertelt met enige verbijstering: “Moet je toch nagaan, het is nog maar zo kort geleden dat tangomusici zelf muziek van langspeelplaten moesten transcriberen, omdat het niet op papier stond. We moesten langspeelplaten steeds terugdraaien. Dat ging allemaal met de hand hoor! Dat zijn echt veel nootjes. Inmiddels doen we dit met de computer”.
Tijdens hun eerste optreden in Purmerend kwamen zij Birkit Wildenburg en Muzaffer Demiray tegen: het begin van een lange, vruchtbare samenwerking. Samen met hen en danspaar Oliver Koch en Marisa van Andel is de dansvoorstelling Ensueños de tango tot stand gekomen.

Via het netwerk van een bandlid kwamen zij de acteur Frank Groothof tegen. Deze was zo verrukt van de show, dat hij met Quinteto Zárate én de dansers graag een muziekvoorstelling wilde maken. Daar is Orpheus en de hellehond van de Hades uit voort gekomen, voor jong en oud. Katrien: “Echt te gek hoor. Ik heb laatste nog de originele muziek teruggeluisterd dat als uitgangspunt diende. Dat was voor ons tangomusici best schrikken, want eigenlijk was dat geen tangomuziek. Maar goed, je moet ergens overheen kunnen stappen.”
Ze is nog vol van de show en de samenwerking met Groothof. “Wij moesten ook acteren. Dat is natuurlijk aan muzikanten helemaal niet besteed, muzikanten willen gewoon muziek maken. Maar hij heeft ons zover gekregen. We vonden het allemaal doodeng, op zo’n podium zonder instrument. Maar het was zó leuk.”
Groothof vond het zelf ook geweldig met een tango-orkest op te treden, zodat er nog een voorstelling volgde: Sheherazade en de vertellingen uit 1001 nacht, waarbij twee Marokkaanse musici aan het orkest zijn toegevoegd. Katrien kijkt er met plezier op terug.

Met Birkit en Muzaffer maakte ze nog de voorstelling Motivo de tango, met veel eigen arrangementen en composities. Katrien: “Michel en ik onderscheidden ons omdat we eigen muziek schreven. De muziek van Michel is heel eigenwijs, waardoor de gemiddelde tangodanser er doorgaans niet veel mee zal hebben. Maar Birkit en Muzaffer dachten: zo, daar gaan wij een choreografie op maken. Daar waren we heel trots op. Maar ja, we kregen het niet verkocht.” En daarmee raakt Katrien een gevoelige snaar, mooie dingen maken maar ze aan de straatstenen niet kwijt kunnen. “Theaters wilden er niet aan, tango trekt nog steeds geen volle zalen. Motivo de tango hebben we slechts twee keer gespeeld in Nederland. Beide keren hebben we zelf een theater gehuurd.” Een vervelende bijkomstigheid is dat ze steeds in kleine zalen moesten optreden, maar qua gezelschap een groot podium nodig hadden. Maar in België wilden ze er wel aan. Twaalf keer hebben ze daar opgetreden.
“Maar goed. Het leven gaat door. Zárate biedt nog genoeg perspectief om van de tango te leven. Momenteel hebben we als orkest een nieuw doel voor ogen: álle stukken van Quinteto Real transcriberen en spelen.” Daar hebben ze inmiddels een reputatie in. “Dat zijn zulke geweldig vernuftige arrangementen, gewoon een feest om te spelen.”
Toch nog lesgeven
Tot slot komen we op haar andere bezigheid, het lesgeven. Waar ze alsstudent zo tegenop zag, is nu toch werkelijkheid geworden: lesgeven aan een muziekschool. In Schalkwijk, een Vogelaarswijk van Haarlem, staat de Wereldmuziekschool waar ze iedere dinsdag en woensdag naartoe gaat: “Ik heb kinderen en volwassenen uit Eritrea, Somalië en Afghanistan, maar ook veel Nederlandse kindertjes. Ik had nooit gedacht dat ik het zó leuk zou vinden. Sommigen gaan heel snel; dan zie ik in een paar maanden tijd het kwartje vallen. Dat ontroert me. In de avond heb ik daar een tangoorkestje dat op niet typische tangoinstrumenten mijn arrangementen moet spelen. Daar leer ik veel van, ik moet ontzettend goed naar de instrumentatie kijken qua balans: wat zijn goede instrumenten om de violen te vervangen, welke instrumenten kunnen de bandoneon overnemen, enzovoort.” Ze lacht naar me. “Ik ben toch nog goed terechtgekomen.” Ja, zo verbetert ze toch nog een beetje de wereld. Een zondagskind pur sang.
Vermaledijde tango!
De Ander
Moeder
Buenos Aires
Cosa d’Italiani
Zwi Migdal
Van klezmer naar tango

 

Claudia Jakobsen
John Lanting
Orkest Tango Dorado
Mabel González
Madonna Ciccone
Katrien Karimoen
Miss Flora Gattina
 
Arjan & Marianne
Birkit & Muzaffer