Achter de schermen bij Tango Dorado

Het is nog geen Valentijnsdag maar in Alkmaar zindert het al van de liefde. Theater de Vest heeft zaterdag 10 februari zelfs omgedoopt tot Nacht van de Passie, waarbij de hoofdrol is weggelegd voor Tango Dorado. Het orkest toert samen met de Argentijnse zangeres Sandra Rumolino en zanger José Rivero. Vanavond is de beurt aan Sandra Rumolino.
Omdat het orkest al wat jaren bestaat en veel optreedt, ben ik benieuwd naar hun wel en wee tijdens zo’n tournee.
Een voor een druppelen de leden van Tango Dorado het theater binnen. Het is niet hun eerste keer in Theater de Vest, dus de kleedkamers zijn snel gevonden. Na enige begroetingsrituelen verzamelen de muzikanten zich voor de soundcheck. Pianiste Margriet Markerink komt als laatste binnen en neemt ontspannen plaats achter de vleugel. Margreet ziet er frêle uit, maar ze is duidelijk de mater familias van de club. Orkestleider Christiaan van Hemert warmt zijn bandoneon op. Naast hem zit Jacqueline Edeling, de tijgerin van de bandoneon, die onverstoorbaar wat dingetjes uitprobeert. Achter haar staan de violisten Derk Lottman en de Braziliaanse Alexandre Mota Kanji als Peppi & Kokki met hun violen te dollen (“Vuile boef, jij hebt mijn stekkertje!”). En Eelco van de Meeberg zit met zijn elektrische gitaar te schmieren alsof er een funkconcert op het programma staat. Dan is er nog de mooie Maaike Wierda die bijna verscholen zit achter haar bas. Het gezelschap wordt gecompleteerd door Sandra Rumolino die wat nerveus over het podium drentelt.
Ik neem plaats in de lege zaal en vraag me af wat er van dit zootje ongeregeld moet worden. “Een paar serieuzen en een paar gekken. Dat vult elkaar heel goed aan”, vertelt Eelco mij later op de avond.
Drie kwartier later zitten we in de kantine voor het interview. De orkestleden schuiven af en aan, maar Christiaan gaat er eens goed voor zitten.
Jullie toeren drie maanden aan een stuk. Hoe houden jullie het uit met elkaar?
Christiaan: “IJzeren discipline. Je moet niks tolereren, zodra ze van de lijn afwijken, páts! Ja serieus, zo werkt dat.”
Margriet en Jacqueline gaan hier geroutineerd tegenin en Christiaan komt tot de conclusie dat de groep een stelletjes pubers bij elkaar is en hij vindt zichzelf wel de allergrootste, “Maar spélen, jonge! Echt ongelooflijk!” Nu nemen ze uitgebreid Margriet op de hak die op weg naar het theater twee treinhaltes te vroeg is uitgestapt. Margriet verdedigt zich door de ‘dwalingen’ van de anderen aan te kaarten. Dit soort plagerijen laten zien dat ze ook plezier hebben om elkaars mindere momenten. Jacqueline vertelt over het familiegevoel dat na zoveel jaar ontstaan is.
Christiaan: “We hebben nog nooit wisselingen in de bezetting gehad. Alhoewel we het wel hebben geprobeerd, hoor.”
Af en toe wil je iemand kwijt?
Christiaan: “Ik wil eigenlijk een groep met alleen maar mannen.”
Margriet: “Hij is een beetje jaloers dat de dames een eigen tangotrio hebben.” Jacqueline vertelt dat ze uit financiële noodzaak ook in andere ensembles spelen: “We hebben wel eens op een houtje gebeten. Je moet een soort mentaliteit hebben voor het muzikantenleven, veel overwinnen en teleurstellingen verwerken, veel studeren en het is soms saai, je moet jezelf veel dingen ontzeggen. Het sociale leven schiet er vaak bij in.”
Wat is de gedachte achter jullie show met Sandra Rumolino?
Christiaan: “In een notendop is onze show een reis door de geschiedenis van de tango. Dat betekent dat ik iets vertel over de stijlen die we voorbij laten komen. Ik ga zo’n stijl niet helemaal voor het publiek uitpluizen maar geef een soort leidraad voor de luisteraar, die misschien ķets van tango weet. Dat werkt heel goed, sommige mensen zeggen: ‘Hé, ik heb veel over tango gehoord maar ik heb het nu op een heel andere manier ervaren.’ Dat vind ik het leuke van deze show, we spelen dingen die heel moeilijk zijn, maar de verpakking is toegankelijk. Er zitten een paar stukken in die weer aanleiding geven om dát stuk te spelen, dáárom speelt die gitaar daar zo.”
Eelco valt hem bij dat mensen door de korte verhaaltjes die Christaan tussen de nummers door vertelt, worden gefocust op één ding. “Dan is het ook makkelijker te begrijpen, in plaats van focussen op zeven of acht instrumenten die allemaal wat anders doen, waar je helemaal niks van begrijpt. Als mensen zich op de viool focussen, dan begrijpen ze hoe de muziek bedoeld is om naar te luisteren.”
Dorado wilde af van een gewoon concert, omdat dat niet genoeg mensen aanspreekt. Mensen komen voor een avond uit. Ze komen voor de dans of voor Sandra Rumolino. Daarom proberen zij een theatervoorstelling te geven en niet een concert.
Christiaan: “In mijn optiek is dat de kant waar de muziek een beetje naar toe aan het gaan is. Een meer geregisseerde vorm van theater.”
Mensen willen vermaakt worden.
“En terecht. In deze tijden van televisie ga je alleen nog naar het theater als er echt iets bijzonders te zien is.” We praten wat over deze tendens en komen zo op ontwikkelingen in de tango.
Als je aan vernieuwing denkt, waar denk je dan aan?
Christiaan: “Ik denk allereerst dat de shows anders moeten. Kijk, Color Tango is hartstikke goed, maar het is natuurlijk een show van niks. Iedereen zit naar de bladmuziek te kijken, ze zeggen niks en als ze iets zeggen is het in het Spaans en dat verstaat echt niemand hier. Maar oké, het is Color Tango, het is Alvares, je accepteert het. Maar als nieuwe groep kan je niet meer met zo’n optreden aankomen.” Christiaan denkt dat het een goed idee is te kijken naar de manier waarop andere muziek wordt gepresenteerd, zoals hiphop, rap, R&B of cabaret. Hij vertelt hoe Karin Bloemen of Jenny Arean zich in theater presenteren. “Je kan het tegenwoordig niet meer maken om het publiek niet aan te kijken en alleen maar je dingetje doen.”
In de muziek verwacht hij vernieuwing uit de combinatie tussen lounge/dance en tango. “Dat is het geluid van tegenwoordig. Het gaat niet meer om de complexiteit, de klanken die je produceert, de muziek of om de harmonie, het gaat om de productie.” Christiaan vertelt dat op hun nieuwe cd een dance-tango staat. “Ik vind dat helemaal te gek. Eelco, Alexandre en ik hebben een studio en wij produceren echt van alles. We zijn nu bezig met een R&B-project, dan schrijf ik gewoon R&B muziek. En we hebben ook een jazz-cd gemaakt.”
Je bent een muzikaal dier?
“Ik houd van heel veel muziek. Ik vind alles leuk. Ik ben typisch een product van deze tijd. De specialisatie is eigenlijk een beetje naar de achtergrond geschoven. Vroeger had je een specialist nodig, tegenwoordig heb je meer mensen die van vele markten thuis zijn. Ik ben geen traditionalist en al helemaal geen purist.” Hoe meer invloeden, hoe leuker hij het vindt. “Maar als je Pugliese wilt spelen, dan moet je ook Pugliese spelen zoals je Pugliese speelt. Dan moet je natuurlijk niet ineens gek gaan doen, want dan speel je iets anders.”
Waar moet het heen met Tango Dorado?
Christiaan: “Japan, Azië, Amerika, Canada, er is daar gewoon een enorme markt. We willen wel een beetje weg uit Nederland. Hier heb je zoveel theaters met weinig mensen.” Hij ziet het buitenland als enige oplossing om Tango Dorado een lang leven te geven. “We kunnen natuurlijk niet tien jaar zo door gaan. Dit is hartstikke leuk, dit kunnen we elke dag weer doen, maar we moeten vooruit.” Hij vertelt dat hij het liefst drie maanden in Nederland toert en twee of drie maanden door de rest van de wereld. En de overige tijd besteden aan de bouw van een nieuwe show. Margriet vertelt dat ze graag op het festival van Buenos Aires zou willen spelen en Jacqueline in Carnegie Hall in New York. Maar Christiaan droomt nog even verder over Azië: “In Tokio heb je drie, vier zalen, voor drieduizend mensen. Er wonen 20 miljoen mensen. Dat alleen al is zo gek. In Nederland moet elk klein gehucht een theater hebben.”
Over een half uur begint het concert en ik vraag of hij zich niet moet voorbereiden.
Christiaan: “Mwah...”
Of naar het toilet?
Christiaan: “Nee, we lopen gewoon op en gaan spelen.”
Dat is Christiaan ten voeten uit. Bomvol energie en hilarische bluf, maar ondertussen beheerst hij alles tot in de puntjes.
Een kwartier later zit ik in de zaal en laat me inpakken door de muziek en de stem van Rumolino. Warm, soepel, helder en luid. Ze wisselt af met het danspaar Marieke en Moneir, die er niet alleen appetijtelijk uitzien maar ook aangenaam bescheiden dansen. Tussen de nummers door vertelt Christiaan wat over de muziek die ze spelen. Ik luister geboeid en hij maakt me regelmatig aan het lachen. Geen moment krijg ik gelegenheid een beetje in te dommelen, iets waar ik bij tangoconcerten nogal eens toe neig. En zoals hij eerder op de avond over zijn kompanen zei: spélen, jonge, echt ongelooflijk!
(Alkmaar, februari 2007)
 
Vermaledijde tango!
De Ander
Moeder
Buenos Aires
Cosa d’Italiani
Zwi Migdal
Van klezmer naar tango

 

Claudia Jakobsen
John Lanting
Orkest Tango Dorado
Mabel González
Madonna Ciccone
Katrien Karimoen
Miss Flora Gattina
Arjan & Marianne
Birkit & Muzaffer