Claudia Jakobsen
John Lanting
Orkest Tango Dorado
Mabel González
Madonna Ciccone
Katrien Karimoen
Miss Flora Gattina
 
 

‘Wij willen erg graag het echte in de tango ontdekken’

Marianne van Berlo en Arjan Sikking dansen sinds 1991 Argentijnse tango. Ze volgden les bij Lalo en Mirta en werden na 3 jaar gevraagd om les te gaan geven. Inmiddels hebben ze zelf een dansschool, Tango Argentino Arjan & Marianne. Verder organiseren ze salons en treden ze op, de afgelopen 2 jaar in de show Tango Heroes.
Marianne van Berlo en Arjan Sikking dansten nog maar net Argentijnse tango toen ze hun eerste reis naar Buenos Aires maakten met een groepje leerlingen van de Academia de tango uit Amsterdam. Dat gaat terug tot 1991. Inmiddels zijn ze al dertien keer in Buenos Aires geweest. Volgens Marianne verveelt het nooit: “Het is eigenlijk ieder jaar anders. Veel ingrediënten zijn hetzelfde, maar soms vind je de dingen die de eerste jaren zo bijzonder leken, niet meer zo bijzonder.”
Marianne over haar prille indrukken: “De eerste week, Oh, wat danst iedereen goed! Wij hadden toen net de cursus ‘Beginners II’ afgerond. De enige draai die we konden, was de media luna. God, ik wilde wel eens wat anders. En die mensen daar dansten maar door. Maar ja, hoe dans je door? Na vijf dagen waren we er doorheen. Dan volg je groepslesjes en maak je je niet meer zoveel zorgen dat je zo weinig kunt.”
Wat haar vooral bevalt is het typische cabeceo, de uitnodiging voor een dans door oogcontact. Daar heeft ze wel aan moeten wennen. “Als een man naar me keek, begon ik helemaal te transpireren. Bedoelt hij mij nou? En maar kijken. Mijn hart ging van Kadung Kadung. Maar als je niet wilt, kijk je gewoon weg. In het begin is dat niet leuk, en dan in een keer denk je: ‘dit is gewoon perfect’. Niet terugkijken is een subtiele afwijzing die het ego spaart. Door het kijken is het ook onmogelijk om de hele tijd te kwebbelen. Als je wilt dansen moet je gericht zijn op de blikken van mensen.”
De salon
De eerste jaren gingen Marianne en Arjan veel naar Canning, Akarense, Sunderland en Regine. Sommige salons bestaan nog, zij het dat er nu ander publiek komt. En sommige mensen zijn verdwenen. Arjan vertelt dat ze zich zes jaar terug zelfs een beetje eenzaam gingen voelen: “Heel veel mensen die we altijd in de salons zagen, waren er niet meer, Pepito [Avellaneda] is bijvoorbeeld overleden.” Marianne: “Dat viel ook samen met de scheiding van onze docenten Aurora en Jorge Firpo. Dat was ook heel heftig. Maar daar moet je gewoon doorheen. Zo is het leven. Dan is het even iets minder vakantie.” Het sombere gevoel ebde weg toen ze nieuwe vrienden maakten, onder andere door hun optredens in salons als La Baldosa, Banco Nacional, Grisel Norte en Sunderland. Arjan vertelt hoe dat is gegaan: “De eigenaar in Sunderland sprak me aan met de vraag: ‘Wil je volgende week alleen dansen? Solo.’ Nou zeg ik, ik dans mét Marianne. Maar hij bedoelde optreden! Já, daar denk je niet aan. Een week later hebben we opgetreden.”
Ondanks dat Arjan en Marianne als paar binnenkomen, worden ze ook veel door Argentijnen ten dans gevraagd omdat ze laten zien open te staan voor anderen. Marianne: “En als ik dan goed gedanst heb, krijgt híj het complimentje!” Arjan: “Dat vind ik ook heel mooi. Je wordt er als partner bij betrokken.” Marianne: “Dan kan er ook nooit mot van komen. Ze hebben daar respect voor die gevoelige dingen.”
Maar veel met Marianne dansen is voor Arjan geen opgave: “In het begin was alles nieuw voor ons. Nu geven we al jarenlang les. We zijn dag en nacht met de tango bezig, met lesgeven, met leerlingen. Dat vinden we hartstikke leuk. Maar we willen ook wel eens met zijn tweeën uit. Dus wat vaker samen dansen, is niet zo verkeerd.”
Sfeer
Door de jaren heen is de sfeer in salons wel veranderd. Marianne: “In het begin kijk je heel romantisch naar de Argentijnen, je wilt de tango leren, je volgt een les met buurtbewoners, ik vond het echt een film. Maar als je vaker gaat, dan zie je ook dat het commerciëler is geworden. Het lijkt alsof iedereen in de salon een handeltje heeft en zich aan de bezoekers opdringt. Dansers die hun lessen aan je proberen te slijten, schoenverkopers met hun spullen. Daarom proberen we salons waar veel tangotoeristen komen een beetje te mijden.” Arjan krijgt in deze salons geen inspiratie op de vloer, er dansen teveel malloten. En Marianne heeft last van ‘duwmannetjes’, zowel Argentijnen als toeristen. Ze vertelt dat je in de salon El Beso als paartje vaak op het podium wordt gezet. Maar daar kun je geen oogcontact maken: “Je bent echt een outsider aan die tafel.”
Ook de aanwezigheid van jongeren is niet altijd goed voor de sfeer. Marianne: “Jongeren vertonen meer groepsgedrag, daar kom je gewoon niet tussen, ze kijken je ook niet aan. Dan voel je dat het een beetje een vleesmarkt is. Als we dat teveel zien, zijn we zo weg. We zijn de laatste tijd ook minder gaan dansen, we zoeken salons op waar de lokale mensen komen.” Voor Marianne en Arjan zijn de beste salons de salons met een open sfeer. Marianne is daar duidelijk over: “Je wilt stiekem toch geaccepteerd worden, je wordt natuurlijk nooit een Argentijn, maar als je maar geaccepteerd wordt.”
Een mooi voorland
Marianne vindt het fascinerend om in de salon de Argentijnen te bekijken. Dan zit ze in de film die tango heet: “Oude vrouwen met dikke kuiten die op hun slippers tangodansen, zó goed in de maat, daar kan ik mijn ogen niet van af houden. Het is beeldend, het is tango, het gaat verder dan goed en mooi tangodansen. Want daar gaat het níet om. En het leuke is dat vrouwen - hoe oud ze ook zijn - zich niet generen om een minirokje te dragen of een glitterriempje. Ze zijn helemaal geverfd en de nageltjes zijn gelakt. Zo’n vrouw danst dan met een twintig jaar jongere jongen, die echt van haar leert en van haar geniet. En zij van hem. Dat is echt iets wat daar nog te vinden is. Niet iedere avond, iedere dag op elke plek, maar het is er. Het is vol Fellini.”
Maar vrouwen hebben het in Buenos Aires ook niet al te makkelijk. “Als tangotoeriste ben je een concurrent van andere vrouwen. Eigenlijk is het niet sociaal om meerdere keren met een lokale man te dansen. In het begin had ik er geen idee van, ik was blij dat ik aan dansen toekwam. Ik dacht er helemaal niet aan dat die man meerdere Argentijnse vrouwen had waar hij normaal de hele avond mee danste. Nu houd ik daar wel rekening mee.”
Vaste adresjes
Victoria Hotel is een oud, pittoresk hotel waar al decennia lang veel dansers naar toe gaan. Arjan en Marianne verbleven er tijdens hun eerste reis naar Buenos Aires en zijn daarna steeds teruggekeerd, omdat Victoria Hotel in een goede wijk zit en centraal ligt. Ze hebben een band opgebouwd met de mensen in en rondom het hotel, de schoonmaakster, het bakkertje om de hoek. Maar ze genieten ook van dansers die met hun eerste aankopen binnenkomen, bijvoorbeeld nieuwe dansschoenen. Vooral Marianne kan daar euforisch over uitweiden. Thuis heeft ze een wandkast vol dansschoenen. Ondanks dat er nu wel genoeg schoenen staan, houdt ze haar zwakke momenten en komt er weer een paar bij. Arjan koopt aanzienlijk minder dansschoenen, maar heeft evengoed twintig paar in de kast staan. Hij koopt in Buenos Aires vooral cd’s: “Je komt zo’n winkel binnen en op de een of andere manier blijven die cd’s aan je vingers plakken.” Hij wil iedere keer heel gericht zoeken, bijvoorbeeld alleen Lomuto en Laurenz, maar dat blijken andere cd’s ook weer onontbeerlijk voor de collectie te zijn. “Toch heb ik maar heel weinig dubbele gekocht.” Maar Marianne sust: “De eerste week dat wij weer in Nederland zijn, genieten we daar ook van. Dan luisteren we alle cd’s af en zetten alle schoenen op een rij.”
Vroeger gingen ze ook de stad bekijken, maar dat is minder geworden. Het kost teveel energie. Ze volgen nog wel veel danslessen. Toen Pepito nog leefde namen ze privé-lessen bij hem, maar nu beperkt zich dat tot Aurora Lubiz en Jorge Firpo. Ze hebben geen behoefte aan andere maestro’s. Arjan: “Aurore en Jorge kunnen ons alles geven. Ze zijn al heel lang met de tango bezig, ze beheersen ook alles, van oud tot nieuw, canyengue, milonga, tango de salón, choreografie. En we vinden dat ze een hele mooie muzikale opvatting hebben. Dat is voor ons erg belangrijk, dat ze echt dingen met de muziek doen. De choreografie-lessen die we bij hen volgen, zijn nooit overladen met ‘duizend gancho’s’, het is gedoseerd. We gaan ook altijd naar hun groepslessen. Dat is ook altijd een feest.” Marianne: “Na die groepslessen gaan we op een terras zitten, daarna komen we niet meer aan dansen toe. Je voeten zijn op een gegeven moment op.”
Nederland
Als ze thuiskomen van hun reis naar Buenos Aires hebben ze soms een beetje heimwee. Maar de laatste jaren zijn ze ook wel heel blij met hun leven in Nederland, met hun dansschool, de leerlingen en hun salons. Marianne: “We komen terug in een warm bad. En je bent ook wel weer blij met je luxe huisje, met je bad en je bed. Dat vind ik vanaf de eerste dag weer heerlijk. Ik vind het ook weer leuk om te koken, je eigen dingen klaarmaken.” Eigenlijk vindt ze één type heimwee triest, dat van verliefde mensen: “Soms zie je wel mensen die daar verliefd worden, die hebben het echt moeilijk. Ze zitten nog een heel jaar hier, dan gaan ze terug en dan valt het toch wel tegen natuurlijk.”
Uit iedere reis naar Buenos Aires halen ze weer inspiratie voor hun leven en werk in Nederland. Marianne is ook beeldend kunstenaar en de tangoreizen geven haar veel materiaal voor nieuwe tekeningen en schilderijen. Arjan vult aan: “Wij willen erg graag het échte in de tango ontdekken en proeven. In 1994 was dat ook een reden om aan Pepito over de oude tango te vragen. Terug naar het begin van de tango. Er schijnt heel veel veranderd te zijn in de tango en ik wil altijd weten hoe dat écht is gegaan. En het is voor ons heel belangrijk om daarvoor naar Argentinië te gaan.”
Vermaledijde tango!
De Ander
Moeder
Buenos Aires
Cosa d’Italiani
Zwi Migdal
Van klezmer naar tango

 

Arjan & Marianne
Birkit & Muzaffer