Claudia Jakobsen
John Lanting
Orkest Tango Dorado
Mabel González
Madonna Ciccone
Katrien Karimoen
Miss Flora Gattina

 

 

Buenos Aires

“Roberto También, jij ook hier?!” Sommige mensen weten niet beter, die gedragen zich zoals ze heten. Ik ga naar Buenos Aires, Rob ook. Zo kan het gebeuren dat waar ik ga, Rob ook te vinden is. En andersom. Meestal andersom eigenlijk, omdat Roberto goed de weg weet en ik nogal eens verdwaal. En ik ben nog nooit zó erg verdwaald als in Buenos Aires, terwijl het stratenplan zo simpel is.
Dus aan de hand van kornuit Rob heb ik de stad doorkruist, waarbij ik moet opmerken dat hij ook best weleens verdwaalde. Dan hoorde hij weer een muziekje waar hij het fijne van moest weten. Of hij snoof de muffe geur van oude schimmelachtige boeken in winkels van twijfelachtig allooi dat ons van de voorgenomen route afbracht. Dan vond ik hem weer met spinrag om zijn hoofd, in opgewonden staat, met een beduimeld krantje in zijn handen, waar ik ook weer het fijne van wilde weten.
Wij houden van fijne dingen. Muziek, boeken, partituren, foto’s, alles wat maar met tango te maken had, trok onze aandacht, deed ons verdwalen, te laat komen, aan de fles brengen, kortom, ieder voornemen iets planmatigs aan te pakken in water vallen. Toch hebben we in die paar weken veel gezien en beluisterd dat al onze dwalingen rechtvaardigde.
Tangoconcerten
Buenos Aires is het walhalla voor tangoliefhebbers die van live muziek houden, in café’s liggen veel flyers waarop concerten en dergelijke aangekondigd worden.
We hebben concerten bezocht van o.a. Sexteto Tango met de zangeres María Volonté (met een veelbelovend voorprogramma van drie jongemannen op piano, gitaar en viool. Ze speelden erbarmelijk vals en weinig samen, maar kregen desalniettemin een staande ovatie van het publiek), Narcotango (ik ben de kwaadste niet), Los Reyes Del Tango (waar ik mij niks meer van kan herinneren, Roberto ook niet, wat toch te denken geeft), Orquesta Típica Fernández Fierro (tango met dreadlocks), maar wij hebben ook een opera bezocht en een radio-concert bijgewoond.
Orquesta Típica Fernández Fierro bestaat uit elf jonge hippe mannen. Naast het feit dat ze beeldschoon zijn - met name de zanger - spelen ze erg goed. Authentieke tango, rechtstreeks uit het jonge hart.
Iedere zondagmiddag spelen ze ook op straat, om hun cd te slijten en om plezier met het publiek te hebben.
La Flauta Mágica
Maar het kan gebeuren, ook in het mekka van de tango, dat er zomaar een dag aanbreekt dat de tango je oren uitkomt. Dan wil je wat anders, dan verlang je naar beschaving.
Theater Colón is een prachtig barok theater uit 1857 waar voornamelijk klassieke muziek ten gehore wordt gebracht. En trof dat even, de opera ‘La Flauta Mágica’ van W. A. Mozart stond op het programma.
Het was magisch en weldadig de eerste klanken van deze opera te horen. Alsof ik zachtjes meegenomen werd in een delirium van strijkers, vleugel en vibrato’s. Ook het decor en de kostuums in allerhande kleuren waren fascinerend om te zien, want het blijft een mal ding naar een gevederd mens te kijken die zich als vogel voordoet.
Een macho met gevoelens
Alberto Podestá, de zanger die mij aan het huilen krijgt. Podestá die nog wekelijks optreedt in een tango-café! Het is soms moeilijk anderen te overtuigen hoe geweldig zijn stem is, hoe teder en macho hij zingt. Sommige mensen willen het gewoon niet weten!
“Nou én, wat kan mij dat nou schelen dat Alberto Podestá in een foute touristenclub zingt, waar slechte mannen komen; dat zijn stem niet meer is wat het ooit is geweest! Hij is dé Charles Aznavour en dé Frank Sinatra van de tango ineen! Die wil ik zien! En horen!”
Toen ik Roberto eindelijk zover had met mij mee te gaan, is het hem toch nog door zijn stichtende kwaliteiten gelukt mij uit de buurt van deze kwalijke club te houden, omdat hij steeds ‘iets’ wist wat beter was. En nieuwsgierig als ik ben, iedere keer trapte ik er helaas weer in.
Maar een troost, ik heb Podestá niet in levende lijve gezien, ik heb wel op een van onze strooptochten een mooie foto van hem op de kop weten te tikken. De foto is in een radio-studio genomen, toen hij nog piepjong was.
Orquesta del Tango de la Ciudad de Buenos Aires
Wie ook niet meer piepjong is, is Carlos García. Pianist, componist en dirigent van het Orquesta del Tango de la Ciudad de Buenos Aires. Wij bezochten het hommage dat ter ere van zijn 90 jaren werd gebracht en dat tegelijkertijd live op de radio te beluisteren was. Toen de oude baas - na alle huldeblijken van vrienden, kennissen, collega’s, al dan niet in lunfardo, en muziek onder leiding van mede-dirigent Raúl Garello - eindelijk zelf eens een paar tango’s zou gaan dirigeren, daartoe naar het midden van de zaal schuifelde en voor het enorm symfonische orkest vol strijkers, bassen, vleugel, drumstel en wat al niet meer ging staan, de armen hoog hief om, godbetert, geen serieuze tango maar de eerste kinderlijke klanken van een verjaarsdagliedje ten gehore te brengen, was dat een enorme ontlading waar iedereen op zat te wachten. Het publiek brak los in gelach, Carlos draaide zich langzaam om en keek guitig de zaal in. Aan charisma geen gebrek.
Deze symfonische tango’s waren trouwens erg mooi om naar te luisteren, ja inclusief het drumstel.
Milonga
En ja, dansen, dat schoot er bijna bij in. De milonga’s... De plek waar het allemaal gebeurt.
Roberto en ik zijn beide groot liefhebber van de tangodans, toch gingen we de eerste week iedere avond gesloopt, beneveld en volgegeten vroeg naar bed. Dat kon zo niet langer! Moe of niet, als je in Buenos Aires bent, móet je naar een milonga.
Dus gaven wij onszelf een poetsbeurt en trokken ons zondagse goed aan. Roberto maakte zijn brilleglazen nog schoon, om in de milonga oogcontact te maken. Kortom, wij waren er helemaal klaar voor.
Soy un porteño!”, schreeuwde de oude man na drie dansjes tegen mij. Op de dansvloer een conversatie op gang houden is niet iedereen gegeven.
“Soy una mujer!”, schreeuwde ik blij terug. Maar deze bekentenis beviel hem toch niet helemaal, want weldra bracht hij me terug naar mijn plaats.
Ik durf het bijna niet te zeggen, maar dansen in Buenos Aires was voor mij geen enerverende ervaring. De populairste salons waren tegelijkertijd de meest chaotische salons waar lustig gebotst en geduwd werd. Maar er zijn wel geweldig creatieve milonguero-dansers, als je geen kant opkunt, dan blijf je wel bij elkaar.
Europa
“Mijn familie komt uit Calabrië.” In geen andere stad dan Buenos Aires hebben zoveel inwoners zich aan mij voorgesteld met hun naam en daarachter het land, de provincie van hun afkomst die een, twee, drie generaties teruggaat. Buenos Aires is duidelijk een immigrantenstad en misschien is dat wel de reden dat ik mij er prettig voel. Komen en gaan hangt er continu in de lucht. Afscheid nemen ook.
“Robertito, waar ben je?!”
“Hier ben ik, Miepita!” Aangezien ik altijd mijn neus achterna loop, kon het gebeuren dat ik ook op de laatste dag in de vertrekhal verdwaalde. Ik volgde Rob, maar eindigde in het doolhof van de tax-free parfumerie. Ik zocht de geur van verleiding, maar dat zat niet in een flesje. Dat bleef achter bij de man die ik in de laatste dans bemind heb...
Vermaledijde tango!
De Ander
Moeder
Buenos Aires
Cosa d’Italiani
Zwi Migdal
Van klezmer naar tango

 

Arjan & Marianne
Birkit & Muzaffer