Claudia Jakobsen
John Lanting
Orkest Tango Dorado
Mabel González
 
 

Afrikaanse toestanden

Gottogottogot, ga je een weekje ter ontspanning op vakantie, kom je gesloopt terug. Nee, het was geen avontuurlijke reis, helaas ben ik ook niet ontvoerd door knappe Arabische mannen en voor drie kamelen verkocht (ook wel wat weinig, drie kamelen. Ik weet dat ik een dag ouder word mag ik mag er nog best zijn), maar inderdaad wel door mysterieuze omstandigheden gestrand in Afrika.
Het begon met de tango, zoals zoveel dingen gebeuren. Je gaat op tangoles en op een dag woon je samen. En nu ging ik dan met mijn kloris op tangoweek, in de heuvelen van België.
Na een weekje dansen, oefenen, gezond eten en drinken, folkloristische voorstellingen van andere muziekculturen bekijken en beluisteren, werd de laatste avond de bonte avond waarin iedereen los ging op alle soorten muziek die er in het gebouw
te horen was. Muziek van accordeon, doedelzak, viool, drums, fluit, in folk, jazz, klezmer, Afrikaans.
Een tamelijk vrolijke en grenzeloze boel, behalve dan in onze toko, de tango. In onze geïmproviseerde salon werd er wel wat gedanst, maar een aantal tangueros ging bijtijds naar bed en de rest van de overgebleven tangomannen zat bloedserieus met onze knappe Argentijnse maestro te discussiëren over de basispas, terwijl tegen de muur een batterij tangovrouwen gedwee zat te wachten op een dansje, het liefste met de maestro natuurlijk, maar met minder was ook goed. Kortom, het klassieke plaatje van een bloedeloze tangosalon.
Hoogste tijd om te gaan buurten. Ik bleef een tijdje hangen bij de opgewekte muziek van accordeon en viool en keek naar de bonte stoet mensen die daar volks op dansten. Ik kreeg erge zin om mee te doen met deze vrolijke dans, maar geheel zonder gevolgen was dat niet. Er zaten nogal wat dansers tussen die onvoorzien tegen hun buur aanknalden, wat toch te denken gaf.
Ik hoorde opeens een intens ritme, een opwindende beat uit de kelder van het gebouw komen. Daar moest ik naartoe!
Het was Afrikaanse percussie, op drums, op een grote plastic vuilnisemmer; er werd getrommeld op alles wat hol was en lekker klonk. En het was ook nogal opzwepend. En potjandorie, wie zag ik daar stampen, wild met zijn armen zwaaien, de heupen draaien (jazeker), de kont naar achter, de benen uiteen?! Mijn eigenste kloris! Samen met twee andere tangueros, die ook alle kanten op stuiterden. Ik begaf me in het gewoel, zakte door de knieën, deed mijn kont naar achteren, wiegde met de heupen en begon ook wild met mijn armen te zwaaien. Bovendien kan ik ook heel goed yellen, dus die deed ik er ook bij.
Nu is het wel zo met percussie, er komt geen eind aan, je danst tot je er bij neervalt. Dus dansten we maar door, kopieerden de verhalende gebaren van een mooie negerin die met haar arm de oogst van het land binnenhaalt en moedigden het bevruchtingsritueel aan dat opeens ontstond tussen twee wild dansende tangueros, waarbij de man nota bene bevrucht werd door de vrouw! En waarom ook niet, het is feest.
De percussionisten wilden van plek veranderen, dus al drummend pakten ze hun drums en vuilnisbakken op en langzaam wandelden ze door de dansende menigte, op weg naar de trap. Wij allen dansten er onverdroten achteraan, mee de trap op, door de gang, door de bedeesde tango salon waar de drums de tangomuziek overstemden, onderwijl luid yellend, stampend, armen zwaaiend, kontdraaiend, naar het podium in een andere zaal.
Toen ik na enige tijd zeiknat en door oververhitting neerviel, heb ik verkoeling in de tangosalon gezocht. Daar was nu een aantal volksdansers op tangomuziek aan het walsen of anderszins bewegen. De tangueros zelf waren nog aan het praten met onze maestro, die nu toch wat levensmoe keek.
Een paar uur later bij het vroege ontbijt keken wij Afri-tangueros elkaar wat melig aan, want van feesten krijg je een houten kop en veel nadorst, maar ook de slappe lach van herinnering. Het was me het weekje ook wel. Allemaal leuk en aardig, zoveel nieuwe informatie over de tangodans, maar je moet het wel ergens kwijt kunnen. Je moet alle beperkingen, grenzen, techniek en regels van de beheerste tangodans even van je af kunnen schudden en wegstampen. Deze ochtend na Afrika voelde mijn gemoed dan ook heerlijk leeg en opgeruimd, maar fysiek wel geheel gesloopt. Op de markt zou er nog geen kameel voor me gegeven worden. Maar een geit is ook goed.
 
Vermaledijde tango!
De Ander
Moeder
Buenos Aires
Afrikaanse toestanden
Cosa d’Italiani
Arjan & Marianne
Birkit & Muzaffer