Claudia Jakobsen
John Lanting
Orkest Tango Dorado
Mabel González
Madonna Ciccone
Katrien Karimoen
Miss Flora Gattina




Criminele organisatie Zwi Migdal 1860 -1939

Een dansje in afwachting van betaalde seks


Anno 2014 zijn er heel wat boeken over de Argentijnse tango geschreven; verhalen over de muziek, de dans, de teksten, de geschiedenis van de tango. Hierin leest men regelmatig dat de tango in de bordelen van Buenos Aires is ontstaan. Nu is dat niet zo gek, want de stad was in die tijd vergeven van bordelen, waar naast betaalde liefde, ruimte was om te dansen en naar muziek te luisteren. Maar wat wel gek is, is dat deze teksten voorbij gaan aan het feit dat het merendeel van deze bordelen in handen was van de criminele organisatie Zwi Migdal. Hoog tijd om een licht te laten schijnen op deze duistere praktijken.
Zoals de maffia een Italiaanse aangelegenheid is van afpersing en illegale praktijken, zo was de prostitutie en vrouwenhandel in het Buenos Aires van rond de negentiende eeuw een Joodse aangelegenheid. Pooiers van Joodse origine zorgden voor de massale aanvoer van meisjes en vrouwen uit Polen en Rusland om in de prostitutie te werken.
Tweeduizend bordelen
Zij organiseerden zich in een criminele Joodse organisatie van vrouwenhandelaren en pooiers: Zwi Migdal, Jiddisch voor 'sterke kracht'. De organisatie werd in 1860 opgericht en heette eerst het ZTOS, naar een welzijnsorganisatie in Warschau die behoeftigen voorzag van voedsel, kleding, dekens en dergelijke. Gezien hun criminele activiteiten was dit een gotspe, zodat zij in 1906, na protest van de Poolse ambassadeur in Buenos Aires hun club vernoemden naar een van de oprichters, (Luis) Zwi Migdal.
Deze geoliede organisatie werd net als de maffia zeer strak geleid middels regels, codewoorden en methodes. In 1920, op het hoogtepunt van zijn bestaan telde de organisatie 430 pooiers, controleerde ze alleen al in Argentinië 2.000 bordelen met 30.000 vrouwen. De organisatie had tevens filialen in Brazilië, Zuid-Afrika, India, China and Polen. Maar de meeste bordelen stonden in Buenos Aires. De grootste bordelen telden zestig tot tachtig seksslavinnen. De vrouwen waren 'eigendom' van Zwi Migdal en werden door de pooiers onderhands verkocht.
De groei van prostitutie in Buenos Aires
In Argentinië kwam halverwege de negentiende eeuw de emigratie op gang. In Europa was de werkloosheid onder laaggeschoolde mannen enorm, terwijl in Argentinië de economie aantrok. Vooral jonge mannen zonder gezin uit Italië, Spanje, Duitsland, Polen en overige Oost-Europese landen emigreerden naar Argentinië.
Bij aankomst bleek dat het land al verdeeld was onder grootgrondbezitters, dus was werken op het platteland voor hen geen optie. De mannen bleven hangen in Buenos Aires, waar soms wat te verdienen viel in de haven. Teruggaan naar Europa was voor velen niet mogelijk, ze verdienden maar net genoeg voor hun hun eerste basisbehoeften.
Gaandeweg ontstond er in de stad een overschot aan mannen. Om aan hun trekken te komen bezochten velen prostituees. Maar het aanbod kon niet aan de enorme vraag voldoen. Prostitutie bleek een gat in de markt, en veranderde al gauw in keiharde lucratieve handel in Joodse vrouwen en meisjes uit Polen en Rusland.
Rufianos
Joodse mannen die in Buenos Aires pooiers werden, heetten rufianos. Ruffiano is Italiaans voor pooier, het betekent ook gemeen, slecht. De rufianos waren goed bekend met de kwetsbare positie van Joden in Polen en Rusland. Armoede en pogroms hadden halverwege de negentiende eeuw een vernietigende werking op Joodse gemeenschappen in deze landen. Een pogrom (Russisch voor slopen, plunderen) was een gewelddadig georganiseerd volksgericht op de Joodse bevolking van een stad of dorp, met als doel deze mensen te verdrijven, te mishandelen of te vermoorden. Om deze reden zijn er veel families naar de Nieuwe Wereld geëmigreerd. In het kielzog van deze vrome Joden kwamen ook minder eerzame lieden mee, de toekomstige pooiers van Buenos Aires.
Meisjes als gemakkelijke handelswaar
Deze pooiers zagen een goudmijn in de deplorabele situatie van met name de achtergebleven Joodse meisjes en jonge vrouwen in Polen en Rusland. Zij werden gezien als makkelijke handelswaar, aangezien zij geen enkele toekomst hadden in een land dat hen liever kwijt dan rijk was.
Vermomd als elegante en goedgemanierde mannen reisden de rufianos af naar de kleine, arme dorpen in Polen en Rusland om daar een meisje te trouwen en haar mee te nemen naar Argentinië. Er waren genoeg meisjes die graag met zo’n man wilden trouwen, dromend over een beter leven in de nieuwe wereld. Ook de ouders zagen zo'n keurige, nette man wel zitten. Maar op de boot naar Argentinië kwamen de vrouwen erachter dat hun 'echtgenoot' met nog meer vrouwen getrouwd was.
Een andere manier om vrouwen te 'werven' voor de bordelen was dat de pooiers in Polen en Rusland advertenties ophingen in de synagogen, waarin zij meisjes zochten voor in de huishouding van rijke Joden in Argentinië. Maar eenmaal op de boot was er ook voor hen geen weg meer terug. Ze waren gevangen, en hadden geen geld voor de terugreis. De meisjes waren vaak nog maar 13 jaar oud.
Vleesmarkten
Op het schip moesten ze zich al prostitueren. Ze werden mishandeld, verkracht, uitgehongerd en opgesloten in hokken. In Buenos Aires kwamen zij op 'vleesmarkten' waar ze verhandeld werden. Een schip vol met nieuwe vrouwen heette 'remonta', een term afkomstig van de paardenmarkt. Deze vrouwenveilingen werden gehouden in Hotel Palestina en Café Parisienne. Elke transactie werd vastgelegd. Er was geen ontsnappen aan; vrouwen werden opgesloten in bordelen en kwamen nauwelijks buiten. Onwillige vrouwen werden mishandeld en verbannen naar een bordeel in de provincie.
Lange arm van Zwi Migdal
Het bleek een zeer lucratieve handel. In het begin van de twintigste eeuw telde de jaaromzet van Zwi Migdal inmiddels 50 miljoen dollar.
Het roept de vraag op hoe is het mogelijk is dat Zwi Migdal zo groot kon worden en zo lang zijn gang kon gaan. De Joodse gemeenschap in Argentinië zelf wees alles dat met de pooiers te maken had actief af. In hun lokale kranten werden deze handelspraktijken veroordeeld, in de Joodse wijk riepen ze via posters op muren op om panden niet aan de rufianos te verhuren. In 1885 richtte de Joodse gemeenschap de Joodse Vereniging voor bescherming van Vrouwen en Meisjes op.
Maar het mocht allemaal niet baten, omdat de bordelen veel bezocht werden door (hoge) ambtenaren van de overheid, rechters en journalisten. En stadsambtenaren, politici en politieagenten werden gewoon omgekocht om weg te kijken. Daarnaast was het de pooiers er erg aan gelegen om deel te worden van de gemeenschap. Ze wilden gerespecteerd worden. Zo doneerden ze geld aan de gemeente van Buenos Aires, die dat goed kon gebruiken om bijvoorbeeld openbare gebouwen neer te zetten; geld dat afkomstig was van de criminele uitbuiting van vrouwen. Indirect legaliseerde de gemeente hiermee in feite de vrouwenhandel.
Zwi Migdal kreeg tentakels tot in de hoogste kringen en de pooiers vertoonden zich graag op openbare gelegenheden waar zij goed kon doen. Zo was het Joodse theater enorm populair in Buenos Aires. Om fondsen te werven werden er zelfs artiesten uit Europa naar Buenos Aires gehaald om op te treden. Ook de welvarendste pooiers gingen graag naar het theater en naar feesten van de gemeente. Doorgaans namen ze dan een van hun prostituees mee om haar als koopwaar te tonen.
Keerpunt
Uiteindelijk werd deze morele spagaat te gek voor de Zionistische activist Nahum Zorkin. Voor de ingang van het theater versperde hij pooiers de entree. Hij zette daarmee een trend waarna andere Joodse organisaties volgden.
De pooiers werd nu ook de toegang tot de synagoge geweigerd en zij konden niet langer rekenen op een plaats op de Joodse begraafplaats van Buenos Aires.
Einde Zwi Migdal
Zwi Migdal kwam in 1939 uiteindelijk ten val door de moedige actie van een Joodse vrouw genaamd Raquel Liberman, zo'n tien jaar eerder. Zij was met haar man en twee kinderen naar Argentinië geëmigreerd. Een jaar na aankomst overleed haar man, waardoor zij met twee kinderen achter bleef. Zij moest toen de kost verdienen, en aangezien het werk niet voor het oprapen lag, zag geen andere mogelijkheid dan als prostituee te gaan werken. Het lukte haar te sparen en een antiekwinkel te openen. Maar haar winkel werd overvallen door pooiers die haar beroofden van haar spaargeld en haar dwongen terug te keren in de prostitutie. Teruggaan was voor Raquel geen optie. Ze had niets meer te verliezen en besloot uit de school te klappen over de praktijken van Zwi Migdal bij de politie-inspecteur Julio Alsogaray, van wie zij had gehoord dat hij geen steekpenningen van Zwi Migdal aannam.
De eveneens onomkoopbare onderzoeksrechter Dr. Rodriguez Ocampo nam de zaak in 1930 behandeling en het resultaat van langdurige proces besloeg tenslotte 108 veroordelingen met lange gevangenisstraffen. Evenwel trachtte hoge ambtenaren van het ministerie van Justitie de meeste pooiers vervroegd vrij te laten, maar onder druk van de publieke opinie werd dit voornemen verijdeld.
Schatplichtig
Zo bezien is de tango deels schatplichtig aan al die Joodse meisjes en vrouwen in de bordelen van Buenos Aires. Voor 1910 waren bordelen niet alleen oorden waar seks gekocht werd, ze boden ook de gelegenheid om te dansen en muziek te beluisteren. Immigranten en matrozen hingen rond bij de bordelen waar ze op hun beurt moesten wachten. Muziek en dans zorgden ervoor dat de gemoederen niet al te zeer verhit raakten. De mannen betaalden de vrouwen om te dansen, en mannen die hier niet genoeg geld voor hadden, dansten met elkaar. Dit alles in afwachting van hun bezoek aan een Joodse prostituee. Zo bekeken is de tango dus geboren in de schoot van de Joodse vrouw.

 
 
Vermaledijde tango!
De Ander
Moeder
Buenos Aires
Cosa d’Italiani
Zwi Migdal
Van klezmer naar tango

 

Arjan & Marianne
Birkit & Muzaffer